Uit de Salamat Makan, recept 444 · Van het rooster

Hier wordt de saus niet vooraf op het vlees gesmeerd maar tijdens het roosteren erover gesprenkeld. Dat is de klassieke manier: laag op laag, telkens als je de spies keert, tot er een dikke gelakte korst ontstaat.

Voor
4 personen
Tijd
75 min
Pittig
pittig
  • 500 gram rundvlees
  • 1 ui
  • 2 teentjes knoflook
  • 4 kemirienoten
  • 1 ½ dl santen van 1/8 blok
  • olie en citroensap
  • satéstokjes
  • KRUIDEN:
  • ½ theelepel djahé
  • ½ theelepel laos
  • 1 theelepel sambal oelek
  • 1 theelepel trassi
  • 1 theelepel zout
  • 1 theelepel javaanse suiker
  • 1 eetlepel ketoembar
  • ½ eetlepel djinten
  • ½ theelepel kentjoer
  • ½ theelepel koenjit
  • 2 blaadjes djeroek poeroet
  • zout
  1. Snijd het vlees in stukjes.
  2. Stamp of wrijf de ui, de knoflook en de kemiries fijn en voeg alle kruiden toe.
  3. Meng de kruiden door de santen en voeg een paar druppels citroensap toe.
  4. Rijg het vlees aan de stokjes.
  5. Besprenkel het vlees met de saus terwijl het geroosterd wordt.
Bij de barbecue

Bedruipen werkt alleen boven matig vuur. Boven vol vuur verdampt de saus voordat hij hecht, en dan krijg je een droge spies met een zwart randje in plaats van een gelakte. Bouw de laagjes rustig op.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.