Uit de Salamat Makan, recept 423 · Van het rooster

Dit is de basissaté waar de rest van het hoofdstuk op voortbouwt. Ketjap, sambal, suiker, citroensap en knoflook, minstens een paar uur laten staan, en dan boven houtskool. Meer is er niet, en meer hoeft er ook niet.

Voor
4 personen
Tijd
3 uur
Pittig
pittig
  • 500 gram vlees
  • 1 kopje ketjap manis
  • 2 teentjes knoflook
  • 2 theelepels sambal oelek
  • sap van ½ citroen
  • 1/2 schepje suiker
  1. Neem redelijk mager vlees en snijd het in dobbelsteentjes.
  2. Maak een marinade van ketjap, sambal, suiker, citroensap en uitgeperste knoflook.
  3. Marineer het vlees hierin en laat het minstens een paar uur staan.
  4. Rijg de dobbelsteentjes aan stokjes.
  5. Rooster ze gaar boven een houtskoolvuurtje.
Uit de kombuis

Deze marinade werkt net zo goed voor saté oedang, de garnalensaté van het volgende recept.

Bij de barbecue

Hier zijn we thuis. Twee dingen bepalen het resultaat: de kolen moeten wit uitgeslagen zijn en de spiesen mogen niet te dicht boven het vuur. Ketjap zit vol suiker, en suiker verbrandt eerder dan vlees gaar is — leg ze op de rand van het rooster en werk naar het midden toe. Week houten stokjes minstens een half uur in water, of gebruik metalen prikkers.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.