Uit de Salamat Makan, recept 427 · Van het rooster

Een ongebruikelijke saté — het vlees wordt éérst gebakken en gesudderd in melk en water tot het vocht verdampt is, en gaat pas dan aan de pen. Daardoor is het gegarandeerd mals, en hoeft het op het vuur alleen nog te kleuren.

Voor
4 personen
Tijd
60 min
Pittig
mild
  • 500 gram varkens- of rundvlees
  • 1 stukje trassi
  • 1 theelepel ketoembar
  • 1 teentje knoflook fijngehakt
  • 1 grote ui fijngesneden
  • 1 theelepel djinten
  • 1 theelepel bruine basterdsuiker
  • ½ kopje melk
  • ½ kopje water
  • zout en peper
  1. Snijd het vlees in grote dobbelstenen. Een halve kilo is genoeg voor ongeveer twintig saté's.
  2. Vermeng het met de djinten, zout, peper, suiker en ketoembar.
  3. Fruit in wat olie de trassi, de knoflook en de uien.
  4. Bak hierin het vlees bruin.
  5. Voeg de melk en het water toe.
  6. Laat op een klein vuur sudderen tot het vocht verdampt is.
  7. Prik het vlees aan pennen en rooster ze in de grill of op de barbecue.
Uit de kombuis

Altijd warm serveren met satésaus.

Bij de barbecue

Omdat het vlees al gaar is, hoef je hier alleen kleur te halen. Vol vuur, twee minuten, één keer keren. Dat is precies de saté die je maakt als er gasten zijn en je niet twintig minuten boven het rooster wilt staan.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.