Uit de Salamat Makan, recept 426 · Van het rooster

Vijf uur marineren, en de ketjapsaus wordt apart gemaakt en apart gegeven. Let op de stokjes — die liggen drie uur in water, en dat is de reden dat ze niet in het vuur verbranden.

Voor
6 personen
Tijd
5,5 uur
Pittig
pittig
  • 600 gram grote Noorse garnalen
  • 10 teentjes knoflook
  • 5 theelepels sambal oelek
  • 4 theelepels djahé
  • 1 kleine ui
  • 6 eetlepels ketjap manis
  • ½ theelepel djinten
  • 1 ½ eetlepel citroensap
  • ½ eetlepel asem
  • 3 ½ eetlepel olie
  1. Spoel de garnalen af.
  2. Pers boven een kom acht teentjes knoflook uit en voeg vier theelepels sambal, de djahé, ongeveer drie eetlepels water en de garnalen toe.
  3. Roer door elkaar en laat vijf uur op een koele plaats staan. Schep af en toe om.
  4. Snipper de ui heel fijn.
  5. Meng in een kom de ui, de ketjap, een halve theelepel sambal, de djinten, het citroensap, de asem, anderhalve eetlepel olie en een eetlepel water. Pers de resterende twee teentjes knoflook erboven uit en roer door elkaar.
  6. Leg twintig satéprikkers ongeveer drie uur in een bak water.
  7. Verwarm de grill voor op de hoogste stand, bedek het rooster met aluminiumfolie en vet het in.
  8. Rijg de garnalen aan en leg ze op de folie.
  9. Rooster ze in ongeveer tien minuten goudbruin en keer ze halverwege.
  10. Leg de saté's op een schaal en geef de ketjapsaus er apart bij.
Uit de kombuis

Lekker bij de nasi goreng en Chinese kool.

Bij de barbecue

Vijf uur marineren en dan drie minuten vuur: dat is de verhouding bij garnalen. Ze zijn klaar zodra ze van doorschijnend naar wit gaan en verder is elke seconde verlies. Rijg ze dicht tegen elkaar aan de spies, dan garen ze gelijkmatiger en drogen de randen niet uit. Een blonde of een saison erbij.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.