Uit de Salamat Makan, recept 442 · Van het rooster

De boter wordt kort gesmolten en dan van het vuur gehaald voordat de kruiden en de ketjap erdoor gaan. Warme boter neemt de kruiden mee het vlees in; kokende boter zou ze verbranden.

Voor
4 personen
Tijd
60 min
Pittig
mild
  • 500 gram varkensvlees
  • 2 sjalotjes fijngesneden
  • 2 teentjes knoflook fijngehakt
  • 2 eetlepels boter
  • 2 eetlepels ketjap manis
  • satéstokjes
  • KRUIDEN:
  • 1 theelepel ketoembar
  • ½ theelepel laos
  • 1 theelepel zout
  • 1 theelepel djahé
  • 1 theelepel asem
  • 1 theelepel javaanse suiker
  1. Snijd het vlees in dobbelsteentjes.
  2. Vermeng de fijngesneden sjalotjes met de knoflook en de kruiden en maal dit zo fijn mogelijk.
  3. Smelt de boter kort, haal hem van het vuur en roer de kruiden en de ketjap erdoor.
  4. Voeg het vlees toe en laat het dertig minuten marineren.
  5. Rijg het vlees aan de stokjes en rooster het.
Uit de kombuis

Bij deze saté zijn sambal katjang en sambal djeroek erg lekker.

Bij de barbecue

Boter en ketjap op een direct vuur is vragen om vlammen. Wij marineren zoals het recept zegt, maar laten het vlees goed uitlekken voordat het op het rooster gaat, en houden de rest van de marinade apart om er tijdens het laatste rondje mee te bestrijken. Zo krijg je de laklaag zonder de vlammenzee.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.