Uit de Salamat Makan, recept 14 · De Marine Nasi

Lontong is rijst die tot een vaste koek is gekookt en in blokjes wordt gesneden — de vorm waarin hij bij gado-gado en saté hoort. Je kunt hem zelf maken (zie het volgende recept), maar bij de toko liggen zakjes waar het al voor je in zit. Een zakje is ruim genoeg voor twee.

Voor
2 personen
Tijd
60 min
Pittig
mild
  1. Kook de zakjes in ruim water op een niet te hoog vuur.
  2. Hij is gaar als het zakje drie tot vier keer zo dik is geworden als toen je begon. Dat is de enige maatstaf; op de klok kijken heeft weinig zin.
  3. Haal de zakjes uit het water en laat ze afkoelen tot de lontong helemaal hard is.
  4. Haal het plastic eraf en snijd de lontong in blokjes. Koud serveren.
Uit de kombuis

Lontong laat zich met van alles combineren — hete kip met atjar en babi ketjap, opor van kip met hete boontjes, gado-gado met saté, tahoe met sambal goreng ati. Eén ding niet — zet er geen sajoer bij. Die is nat, en natte lontong is niets.

Bij de barbecue

Lontong is koude, stevige rijst in blokken, en dat is bij ons vooral handig materiaal: een blok lontong op het rooster krijgt een korstje en blijft van binnen zacht. Snijd hem in plakken van twee centimeter, olie ze licht in en leg ze op een schoon, heet rooster. Niet eerder omdraaien dan dat hij loslaat.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.