Uit de Salamat Makan, recept 719 · Erbij · ★ aanrader in het boek

Een halve fles azijn op een pond uitjes — dit is er een voor de voorraadkast. De sjalotten worden eerst in het zout gezet en dan in een doek drooggewreven; die droge buitenkant is wat ze knapperig houdt in de pot.

Voor
12 personen
Tijd
4 uur
Pittig
mild
  • 500 gram sjalotjes of kleine uitjes
  • 1 eetlepel olie
  • ½ fles azijn
  • 2 eetlepels gesnipperde uien
  • 3 teentjes gesnipperde knoflook
  • 3 kemiries
  • 1 theelepel koenjit
  • 1 theelepel djahé
  • zout
  1. Schil de uitjes, bestrooi ze met zout en laat ze enkele uren uitlekken.
  2. Wrijf de gesnipperde ui met de knoflook, de kemiries, de koenjit en de djahé tot een brij en fruit dit in olie tot de ui lichtgeel is.
  3. Voeg de azijn toe en kook die even mee. Laat de massa afkoelen.
  4. Wrijf de sjalotten droog in een doek, schik ze in een afsluitbare pot en giet de kruidenazijn eroverheen.
Uit de kombuis

In de magnetron: verwarm de olie een minuut op vol vermogen in een glazen litermaat, roer de fijngewreven kruiden erdoor en verwarm twee à drie minuten onafgedekt. Voeg de azijn toe en breng die in zes à zeven minuten op vol vermogen aan de kook. Verder afmaken zoals hierboven.

Bij de barbecue

Een pot hele uitjes in kruidenazijn hoort bij ons naast het vlees te staan zoals augurken naast een broodje. Maak hem weken van tevoren; hij wordt beter en je hebt op de dag zelf je handen vrij.

Bewaren en opwarmen

In een goed gesloten pot in de koelkast maandenlang houdbaar.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.