Uit de Salamat Makan, recept 359 · Uit de kombuis

Twee dingen zijn hier belangrijk. Het vlees smoort eerst in zijn eigen vocht en pas als dat op is mag er water bij, en de ketjap gaat er helemaal op het laatst in. In die volgorde blijft het vlees smaken naar vlees.

Voor
4 personen
Tijd
1,5 uur
Pittig
mild
  • 500 gram runderlappen
  • 1 teentje knoflook fijngehakt
  • 2 uien fijngesneden
  • 2 eetlepels ketjap manis
  • 3 kruidnagels
  • 1 kopje water (bouillon)
  • zout, peper en nootmuskaat
  • citroensap naar smaak
  1. Snijd het vlees in plakken.
  2. Fruit de uien en de knoflook aan in olie in een braadpan.
  3. Doe het vlees, de kruidnagel, de nootmuskaat, peper, zout en het citroensap erbij en meng goed door elkaar.
  4. Deksel erop en het vlees in zijn eigen vocht laten smoren.
  5. Is het vocht ingekookt en het vlees nog niet zacht genoeg, voeg dan pas water toe en smoor verder.
  6. Doe nu pas de ketjap erbij en maak verder op smaak af.
Uit de kombuis

Dit gerecht kan ook van varkenslappen of van kip. Dat geeft een heel andere smaak.

Bij de barbecue

Rundvlees dat in zijn eigen vocht smoort, is qua idee hetzelfde als een stuk dat je in folie laat doorstoven na de rooksessie. Rook de lappen eerst een uur op 120 graden en zet ze dan pas op met de ketjap en de kruidnagel -- dan doet het vuur het werk dat het braden anders deed.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.