Uit de Salamat Makan, recept 303 · Uit de kombuis

De uitgebreidste van de drie, en de enige die eindigt met nog een lepel ketjap ná het garen. Dat laatste is geen slordigheid maar een truc — verse ketjap op het eind ruikt en smaakt heel anders dan ketjap die veertig minuten heeft meegekookt.

Voor
6 personen
Tijd
60 min
Pittig
mild
  • 1 kg magere varkenslappen
  • 2 teentjes knoflook of knoflookpoeder
  • 1 fijngesneden ui
  • 4 eetlepels ketjap manis
  • 3 theelepels suiker
  • 1 schijf gember of 3 bolletjes zoete
  • gember
  • ½ theelepel zout
  • 1 mespunt peper
  • 1 vleesbouillonblok
  • 2 eetlepels margarine
  1. Smelt de margarine op groot vuur en voeg direct zout en peper toe.
  2. Fruit de fijngesneden knoflook en ui lichtbruin.
  3. Haal de stukjes vlees erdoorheen en voeg de ketjap toe.
  4. Draai het vuur laag en doe de gember, het bouillonblok en de suiker erbij.
  5. Laat alles ongeveer veertig minuten sudderen. Roer nu en dan en proef of er zout bij moet.
  6. Meng als het vlees gaar is nog een eetlepel ketjap manis erdoor.
Bij de barbecue

Een kilo varkenslappen is een gerecht voor een groep. Gril de lappen eerst kort tot ze kleuren en laat ze daarna pas sudderen; dat geeft meer diepte dan bakken in de pan.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.