Uit de Salamat Makan, recept 243 · Erbij

Twee uur trekken voor de bouillon, en het afschuimen aan het begin doe je zorgvuldig en meerdere keren. Dat is het hele geheim van dit gerecht — een heldere bouillon draagt alles wat erna komt. De groenten krijgen daarna nog maar vijf minuten.

Voor
6 personen
Tijd
2,5 uur
Pittig
pittig
  • 300 gram runderpoelet
  • 1 teentje ongepelde knoflook
  • 1 spriet sereh
  • 1 blaadje salam
  • 1 stukje foelie
  • 6 zwarte peperkorrels
  • 200 gram sperziebonen
  • 250 gram kool
  • 200 gram jonge worteltjes
  • 2 grote geschilde aardappelen
  • 3 dl dunne santen
  • 1 grote ui fijngesnipperd
  • 2 teentjes knoflook fijngehakt
  • 1 theelepel sambal oelek
  • 1 theelepel laos
  • 1 theelepel koenjit
  • 1 theelepel djahé
  • 1 theelepel ketoembar
  • 1 mespunt djinten
  • 2 theelepels javaanse suiker
  • 2 eetlepels citroensap
  • 2 theelepels ketjap manis
  • enkele blaadjes selderij
  1. Zet het vlees op met vier deciliter koud water, breng het aan de kook en schuim het oppervlak enkele malen zorgvuldig af.
  2. Voeg de ongepelde knoflook, de sereh, de salam, de foelie en de peperkorrels toe.
  3. Laat alles twee uur of langer trekken.
  4. Zeef de bouillon en houd het vlees apart.
  5. Maak de groenten schoon. Snijd de boontjes in stukjes van vier centimeter, de kool in grove snippers, en de wortels en aardappels in plakjes en daarna in reepjes.
  6. Breng de bouillon met de santen aan de kook en voeg de boontjes toe. Laat ze vijf minuten zachtjes meekoken.
  7. Voeg alle overige groenten en kruiden toe, behalve het citroensap en de ketjap.
  8. Schep goed om en laat niet langer dan vijf minuten koken.
  9. Voeg het gare vlees toe en roer er vlak voor het opdienen citroensap en ketjap door.
  10. Dien op in een voorverwarmde schaal en garneer met wat grofgesneden selderij.
Uit de kombuis

Een paar gepofte en fijngewreven kemirienoten erdoor maakt de smaak wat minder scherp. Dat is een goede uitweg als je het voor kinderen maakt.

Bij de barbecue

Rundvlees in kerriesantensaus heeft tijd nodig. Rook de lappen eerst een uur op 120 graden en zet ze dan pas op -- het rookje draagt door de hele saus heen.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.