Uit de Salamat Makan, recept 381 · Uit de kombuis

De best uitgeschreven rendang van de vier. De kokos wordt hazelnootbruin gebakken in een droge pan en dáárna nog fijner gemalen — dat maalt de smaak los en laat hem in de saus opgaan in plaats van erin te blijven drijven.

Voor
4 personen
Tijd
3 uur
Pittig
pittig
  • 500 gram rundvlees in blokjes
  • 1 grote ui
  • 1 cm verse koenjitwortel
  • 2 schijfjes verse djahé
  • 3 eetlepels sambal
  • 1 spriet sereh
  • 3 theelepels ketoembar
  • 4 schijfjes laoswortel
  • 2 blaadjes salam
  • 2 blaadjes djeroek poeroet
  • 100 gram geraspte kokos
  • 2 kopjes kokosmelk
  • olie en zout
  1. Maak de ui, de koenjit- en djahéwortel zeer fijn in een vijzel of keukenmachine.
  2. Roer door dit papje de sambal, de laos, de sereh, de djeroek poeroet en de ketoembar.
  3. Meng dit geheel door het vlees en giet de kokosmelk erbij.
  4. Breng aan de kook en laat het vlees boven laag vuur zachtjes gaar stoven, ongeveer twee uur.
  5. Bak ondertussen de geraspte kokos in een droge koekenpan boven laag vuur hazelnootbruin.
  6. Maal de kokos in een keukenmachine nog fijner en voeg hem aan het vlees toe.
  7. Laat het gerecht koken tot de olie boven komt drijven.
  8. Draai het vuur laag en laat de saus onder voortdurend omscheppen inkoken tot de gewenste dikte.
Bij de barbecue

Zelf kokos branden en malen is het verschil tussen deze rendang en de rest. Het is een half uur extra werk en je proeft het meteen. Doe het branden in een droge pan boven de kolen -- blijf erbij, want het gaat van goudbruin naar zwart in dertig seconden.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.