Uit de Salamat Makan, recept 723 · Erbij

De bekendste groenteschotel van de Indische keuken, en terecht. Het hele idee is dat de groenten hun beet houden — halfgaar koken en niet langer, want gado-gado met slappe boontjes is een verdrietige schaal. De taugé wordt niet eens gekookt maar alleen overgoten met kokend water.

Voor
4 personen
Tijd
40 min
Pittig
pittig
  • 1 schoteltje kool gesneden
  • 1 flink stuk bloemkool
  • 200 gram boontjes
  • 125 gram taugé
  • 2 eieren hardgekookt
  • zout
  • SAUS:
  • 1 teentje knoflook fijngehakt
  • 1 stukje trassi
  • 2 theelepels sambal oelek
  • 3 eetlepels pindakaas
  1. Maak de groenten schoon en kook de kool, de bloemkool en de boontjes met wat zout halfgaar. Ze moeten beet houden.
  2. Zet de taugé apart in een vergiet en overgiet hem met kokend water. Koken hoeft niet.
  3. Laat alles goed uitlekken en schik de groenten naast elkaar op een grote platte schaal.
  4. Fruit voor de saus de knoflook, de trassi en de sambal in wat olie.
  5. Roer de pindakaas erdoor tot een dikke pap. Voeg water toe tot de saus schenkbaar is.
  6. Giet de saus over de groenten en garneer met partjes ei.
Uit de kombuis

Gefruite uitjes en schijfjes komkommer zijn geen verplichting maar maken het af — de uitjes voor de knapperigheid, de komkommer voor het frisse.

Bij de barbecue

Dit is het gerecht waarmee je iemand die niet meeeet met het vlees een vol bord geeft zonder dat het een bijgerecht wordt. De groenten kunnen ook van het rooster: leg de bloemkool in dikke plakken en de boontjes in een grillmand op de kolen tot ze plekken krijgen, en kook ze dan niet meer. Dat is een andere gado-gado dan het boek bedoelt, en hij is de moeite waard.

Bewaren en opwarmen

Saus en groenten apart in de koelkast, maximaal twee dagen. Samen wordt het een natte bende -- giet de saus er pas over als de schaal op tafel gaat.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.