Uit de Salamat Makan, recept 121 · Sambal · ★ aanrader in het boek

De vis wordt eerst gezouten, dan gedroogd, dan goudbruin gebakken en pas daarna in de kruiden teruggelegd. Dat is meer werk dan alles tegelijk in de pan gooien, en het is de enige manier waarop kabeljauw hier heel blijft.

Voor
4 personen
Tijd
40 min
Pittig
pittig
  • 500 gram gefileerde kabeljauw
  • 3 eetlepels gesneden uien
  • 1 teentje gesneden knoflook
  • 1 theelepel sambal oelek
  • 1 theelepel trassi
  • 1 theelepel laos
  • ½ theelepel koenjit
  • 3 gepofte kemiries
  • 1 spriet sereh
  • asem (walnootgrootte)
  • 1 dl olie
  • zout
  1. Was de kabeljauw, wrijf hem in met zout en laat dat enige tijd intrekken.
  2. Dep de filets daarna droog en snijd ze in acht grove stukken.
  3. Maak de olie heet, bak de vis goudbruin en laat de stukken uitlekken.
  4. Wrijf de uien, knoflook, sambal, trassi, laos, koenjit en kemirie tot een brij.
  5. Zeef de olie en gebruik twee eetlepels daarvan om de kruidenbrij in te fruiten.
  6. Leg de vis hierin terug.
  7. Week de asem in een halve deciliter water en maak het gerecht daarmee af.
  8. Schep de vis voorzichtig om en om voor het serveren.
Bij de barbecue

Gebakken kabeljauw in een kruidenbrij. De vis is het kwetsbare deel: bak hem apart, laat hem uitlekken en schep de brij er pas overheen.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.