Uit de Salamat Makan, recept 105 · Sambal

De uitgebreidste boontjes van het hoofdstuk, en de enige die je bewust vooruit maakt. De saus kookt tot de helft in, de bonen gaan er pas op het eind bij, en daarna laat je alles afkoelen — bij het opdienen warm je het in vijf minuten door. Dat is precies wat je wilt als er meer gerechten tegelijk op tafel moeten.

Voor
6 personen
Tijd
60 min
Pittig
pittig
  • 400 gram sperziebonen
  • 2 uien
  • 2 teentjes knoflook
  • 4 kemirienoten
  • 1 plakje laoswortel
  • 2 eetlepels olie
  • ½ eetlepel asem
  • 2 theelepels sambal oelek
  • 3 gepelde tomaten
  • 1 spriet sereh (5 cm)
  • 2 blaadjes salam
  • ½ liter santen
  • 1 stukje trassi
  • ½ schijf Javaanse suiker
  • zout
  1. Maak de uien, knoflook, kemiries en laos fijn in een keukenmachine.
  2. Was de boontjes, snijd ze in schuine stukken en blancheer ze ongeveer twee minuten in kokend water. Giet af en laat uitlekken.
  3. Verhit de olie in een braadpan en fruit het uikruidenmengsel ongeveer twee minuten zachtjes.
  4. Voeg de sambal, de asem, de tomaat, de sereh en de salam toe.
  5. Laat ongeveer een kwartier bakken tot het vocht verdampt is.
  6. Doe de santen, de trassi, de suiker en zout erbij.
  7. Breng aan de kook en laat zonder deksel inkoken tot de helft.
  8. Voeg de boontjes toe en kook ze in vijf minuten gaar.
  9. Laat het geheel afkoelen.
  10. Warm het bij het opdienen in vijf minuten door, haal de sereh en de salam eruit en doe alles over op een schaal.
Uit de kombuis

Op een rechaud warm houden, zegt het boek. Bij een rijsttafel is dat geen luxe maar het verschil tussen alles lauw en alles goed.

Bij de barbecue

Blancheren en dan in ingekookte santen. De boontjes moeten stevig blijven, dus koel ze na het blancheren echt terug voordat ze de saus in gaan.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.