Uit de Salamat Makan, recept 716 · Erbij · ★ aanrader in het boek

De azijn wordt eerst met de suiker, knoflook en gember opgekookt en dán gaan de groenten erin. De taugé komt als laatste en mag maar één minuut mee — anders is het slap.

Voor
6 personen
Tijd
25 min
Pittig
pittig
  • ½ komkommer
  • 100 gram taugé
  • 4 eetlepels azijn
  • 100 gram witte, groene of savooienkool
  • 8 gehalveerde sjalotten
  • 3 teentjes geperste knoflook
  • 2 lomboks
  • 2 theelepels djahé
  • 1½ eetlepel suiker
  • zout
  1. Kook de azijn met de suiker, de knoflook en zout en strooi de djahé erin.
  2. Maak de groenten schoon en laat ze uitlekken.
  3. Kook de ontpitte en in stukjes gesneden komkommer en de kool vijf minuten op in de azijnsaus.
  4. Verwijder de pitten van de lomboks, snijd ze in lange repen en kook ze mee.
  5. Roer de taugé erdoor en laat de atjar nog één minuut koken.
Uit de kombuis

In de magnetron: breng de azijn met de suiker, knoflook, zout en djahé in een schaal van anderhalve liter in één à twee minuten op vol vermogen aan de kook. Voeg de komkommer en de kleingesneden kool toe en verwarm afgedekt vier à vijf minuten op vol vermogen. Roer de reepjes lombok en de taugé erdoor en verwarm afgedekt nog twee à drie minuten.

Bij de barbecue

Kool en taugé die maar net gaar zijn, geven de knapperigheid die op een bord vol gesmoord vlees ontbreekt. Dit is er een om als laatste te maken, terwijl het vlees ligt te rusten.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.