Uit de Salamat Makan, recept 545 · Kip en gevogelte

Het citroensap gaat er vlak voor het opdienen doorheen. Dat is het patroon in dit hele boek — zuur op het eind blijft fris, zuur dat meekookt wordt vlak.

Voor
4 personen
Tijd
60 min
Pittig
pittig
  • 1 grote kip in 4 stukken
  • 4 eetlepels olie
  • 1 gesnipperde ui
  • 2 uitgeperste teentjes knoflook
  • 1 eetlepel sambal
  • 1 theelepel trassi
  • 4 geraspte kemirienoten
  • 1 theelepel djinten
  • 2 theelepels ketoembar
  • 1 theelepel laos
  • 2½ dl water
  • 1 eetlepel Javaanse suiker
  • 2 eetlepels citroensap
  • 1 stukje santen van 2 cm
  • zout
  1. Verhit de olie en bak de stukken kip rondom mooi bruin.
  2. Wrijf de ui, knoflook, sambal, kemirie, djinten, ketoembar, laos en wat zout fijn in een vijzel.
  3. Voeg het kruidenmengsel, het water, de suiker en de santen aan de kip toe.
  4. Roer alles goed dooreen en breng het aan de kook.
  5. Draai het vuur laag, leg een deksel op de pan en laat de kip ongeveer 45 minuten zachtjes sudderen tot ze gaar is.
  6. Roer het citroensap vlak voor het opdienen door het stoofvocht.
Bij de barbecue

Citroensap gaat er pas op het laatst bij, en dat is precies goed: zuur dat meekookt wordt flauw. Rook de kip een half uur op 120 graden voordat hij de saus in gaat.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.