Uit de Salamat Makan, recept 482 · Vis en garnalen

Er blijft precies één eetlepel olie in de pan om de kruiden in te bakken. Die maat staat er letterlijk en hij klopt — meer olie maakt de saus vet, minder laat de kruiden aanbranden.

Voor
4 personen
Tijd
40 min
Pittig
mild
  • 4 gefileerde rode ponen
  • 1 grote gesnipperde ui
  • 1 teentje knoflook
  • 4 kemirienoten
  • 6 eetlepels olie
  • sap van 1 citroen
  • peper uit de molen
  • zout
  1. Spoel de visfilets af onder koud stromend water en maak ze droog.
  2. Bestrijk ze met citroensap en laat ze een kwartier liggen.
  3. Wrijf ondertussen de ui, de uitgeperste knoflook en de kemiries fijn.
  4. Maak de filets opnieuw droog en wrijf ze in met zout en peper.
  5. Bak de filets snel aan weerszijden goudbruin in hete olie, neem ze uit de pan en laat ze uitlekken op keukenpapier.
  6. Neem zoveel olie uit de pan dat er één eetlepel overblijft.
  7. Bak hierin twee minuten de fijngewreven massa.
  8. Voeg twee deciliter kokend water toe en breng al roerend aan de kook. Laat even doorkoken en breng op smaak met zout en peper.
  9. Warm de gebakken visfilets even op in de saus en doe alles over in een voorverwarmde schaal.
Bij de barbecue

Gebakken en daarna opgewarmd in kemiriesaus. Dat opwarmen mag echt kort; poon is fijn van structuur en wordt bij de tweede ronde snel droog.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.