Uit de Salamat Makan, recept 516 · Vis en garnalen

Het gefruite uienmengsel wordt eerst afgekoeld en dan pas tot een gladde pasta gewreven. Dat afkoelen maakt het wrijven veel makkelijker en geeft een gladdere saus dan wanneer je het warm probeert.

Voor
4 personen
Tijd
50 min
Pittig
pittig
  • 4 schoongemaakte makrelen
  • ½ theelepel zout
  • 2 eetlepels citroensap
  • 2 eetlepels olie
  • 2 grote gesnipperde uien
  • 2 theelepels sambal oelek
  • 1 theelepel laos
  • 2 theelepel koenjit
  • 2 eetlepels asemvocht
  • 1 theelepel basilicum
  • 1 spriet sereh
  1. Spoel de vissen af, maak ze droog en snijd ze in vijf tot zes mootjes.
  2. Wrijf ze in met het asemvocht waarin het zout is opgelost, of met het citroensap. Laat ze vijftien minuten liggen.
  3. Fruit de uien tot ze goudgeel zien.
  4. Voeg de sambal, de laos, de koenjit, het citroensap en de fijngehakte basilicum toe, schep goed om en laat afkoelen.
  5. Wrijf dit mengsel tot een gladde pasta.
  6. Doe de pasta in een wijde pan en voeg drie à vier deciliter kokend water toe. Breng al roerend aan de kook en laat vijf minuten zachtjes doorkoken.
  7. Voeg de sereh en zout naar smaak toe.
  8. Leg de mootjes vis in het vocht, deksel op de pan, en laat alles twaalf tot vijftien minuten heel zachtjes sudderen.
  9. Dien de vis op in het kookvocht.
Bij de barbecue

Een kwartier zachtjes sudderen, meer niet. Makreel is vet genoeg om dat te verdragen, maar hij valt uit elkaar als je hem aanraakt -- laat de pan met rust.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.