Uit de Salamat Makan, recept 518 · Vis en garnalen

Blokjes van twee centimeter die maar vier tot vijf minuten sudderen, en de garnalen gaan er daarna heel voorzichtig doorheen. Onmiddellijk opdienen — dit is geen gerecht dat wacht.

Voor
4 personen
Tijd
40 min
Pittig
pittig
  • 500 gram gefileerde vis
  • 2 eetlepels citroensap
  • ½ theelepel zout
  • 8 verse petehbonen
  • 2 eetlepels olie
  • 2 gesnipperde uien
  • 1 teentje knoflook
  • 1 theelepel sambal oelek
  • 1 groene lombok
  • 1 theelepel laos
  • 1 theelepel suiker
  • 2 blaadjes salam
  • zout
  • 100 gram gepelde garnalen
  1. Spoel de vis af, maak hem droog en snijd hem in blokjes van twee centimeter.
  2. Los het zout op in het citroensap en sprenkel dit over de blokjes vis. Schep voorzichtig om en laat vijftien minuten staan.
  3. Snijd de petehbonen in smalle reepjes.
  4. Fruit de uien goudgeel, voeg de fijngehakte knoflook toe en laat een minuut meefruiten.
  5. Laat dit afkoelen en wrijf het tot een gladde brij.
  6. Snijd de lomboks in smalle ringen.
  7. Doe de uienbrij met de peteh, de lomboks, de laos, de salam en de suiker in een wijde pan.
  8. Voeg drie deciliter kokend water toe en breng al roerend aan de kook. Voeg naar smaak zout toe.
  9. Leg de blokjes vis in het vocht, zet het vuur laag en laat vier tot vijf minuten zachtjes sudderen.
  10. Schep heel voorzichtig de garnalen erdoor en dien onmiddellijk op in een voorverwarmde schaal.
Bij de barbecue

In vijf minuten klaar en dus het laatste wat je maakt. Peteh is scherp en blijft hangen; een koud bier is hier geen luxe.

Herschreven door BBQ '79 naar de Salamat Makan, het Indonesische kookboek van de Koninklijke Marine.